vzw d’olmen

We gingen op bezoek bij VZW D’Olmen in Sint-Niklaas. We spraken met Pauwel, de coördinator verhuur en financiën. Wat volgt is een openhartig gesprek over 35 jaar ervaring in de sector, de specifieke noden van jeugdverblijven en hoe je jongeren echt kunt overtuigen om duurzamer te leven
“Als je voor de uitdaging staat en niet wilt springen, dan ga je ook niet sprongen maken.”
“Het jeugdverblijf is zo belangrijk, want hier kunnen ze nog jong zijn, hier kunnen ze nog kind zijn, zonder sociale media.”
Kunt u kort iets vertellen over uzelf en uw achtergrond?
Ik ben Pauwel, momenteel coördinator verhuur en financiën binnen VZW Dolmen. Ik ben eigenlijk al twee jaar met pensioen, maar ik blijf hier plakken. Voordien heb ik tien jaar in een maatwerkbedrijf gewerkt waar ik mensen met een beperking assisteerde op de arbeidsmarkt, en daarvoor zat ik twintig jaar in een managementfunctie in de privésector. In totaal zit ik nu al meer dan dertig jaar bij de VZW. Ik heb hier bijna alle functies al gedaan, behalve die van voorzitter.
Hoe bent u in het logiesverhaal terechtgekomen?
Dat is organisch gegroeid via mijn oudste dochter. Ze was een jaar of zes en we zochten een jeugdbeweging voor haar. Vrienden raadden Scouting D’Olmen aan. Ze is daar gestart en ik ben er als ouder snel ingerold. Uiteindelijk heeft ze er jarenlang leiding gegeven, mijn jongste dochter heeft hier ook leiding gegeven en nu geeft mijn kleinzoon hier zelfs leiding. Het is dus echt een familieverhaal geworden. Ik heb me hier altijd thuis gevoeld omdat het een open groep is waar iedereen geaccepteerd wordt zoals hij is.
Hoe zou u uw logies omschrijven?
Het is evident dat het een jeugdverblijfcentra is. Als hoofddoelgroep zijn dat jeugdverenigingen. Onze overnachtingen bestaan voor 95% uit jongeren van jeugdbeweging zoals de Scouts en Chiro. Het is niet luxueus, maar altijd gebouwd met degelijkheid. Zodat het door de jongeren kan gebruikt worden. Alles wat noodzakelijk is, is aanwezig. Zowel naar hygiëne als veiligheid toe. Het is niet zo ver van het centrum. We zitten juist aan de rand van Sint-Niklaas, 10-15 minuten wandelafstand van het station, en 20 minuten wandelafstand ver van de Grote Markt.
Wat maakt uw logies uniek ten opzichte van anderen?
De doelgroep is heel specifiek. In een hotel heb je catering en luxe, maar hier werken we op basis van zelf kook. De groepen moeten hun eigen potje klaarmaken. Dat betekent dat wij moeten zorgen voor een topkeuken en voldoende slaapruimte. Je zult nooit honderd scouts in een B&B zien; dat werkt gewoon niet. Onze prijzen liggen ook veel lager, omdat we rekening houden met het budget van jongeren.
Wat was voor u de reden om in het Tetra Dol-project te stappen?
De belangrijkste reden is dat wij als logiescentrum vonden dat we nergens voldoende informatie, tools en handvaten konden vinden over duurzaamheid. Daarom hebben we ons ingeschreven: om tools en onderwerpen rondom duurzaamheid te ontdekken. Zo kunnen we deze later doorgeven aan collega’s binnen de jeugd infrastructuurwerkgroep in Sint-Niklaas, die waarschijnlijk met dezelfde vragen zitten.
Wat hebt u concreet geleerd of veranderd dankzij dit project?
Vooral rond duurzaamheid en voeding. Ik heb er als grootvader echt een probleem mee dat er zoveel eten wordt weggegooid. Via dit project hebben we geleerd om restvoeding beter te beheren. We werken nu samen met lokale winkels zoals Colruyt. Groepen kunnen bestellijsten invullen en krijgen hun goederen in bulk aangeleverd. Dat scheelt enorm veel afval. En als er toch overschotten zijn, proberen we die nu naar de voedselbank te krijgen in plaats van ze in de container te gooien. Dat is echt een concrete verandering.
Kunt u één of twee voorbeelden geven van duurzame acties die u hebt ingevoerd?
Sinds de nieuwbouw in 2009 hebben we overal correcte tussenmeters. Alles wat een groep verbruikt aan gas, water en elektriciteit, moeten ze betalen. Dat is de enige manier om hen te sensibiliseren. Als je zegt ‘doe het voor de natuur’, dan is dat voor een kind van tien jaar te vaag. Maar als je zegt ‘die open deur kost je zes euro per kubiek gas’, dan begrijpen ze het direct. In de weekends werkt dat goed, maar op zomerkampen is dat waterverbruik door waterspelletjes soms nog gigantisch. Dat blijft een uitdaging.
Wat zijn uw volgende stappen op vlak van duurzaam ondernemen?
Ik wil mijn kennis de komende jaren nog doorgeven aan de volgende ploeg. Ik voel dat de generatiekloof groter wordt. Als ze je gaan bekijken als de grootvader van de groep, weet je dat het tijd is om de fakkel over te dragen. Maar ik ben blij dat we hier een plek bieden waar jongeren nog ‘ouderwets kind’ kunnen zijn, zonder sociale media, en waar ze weer echt leren luisteren naar elkaar.”
Welk advies zou u geven aan logies die duurzamer willen werken maar niet goed weten waar te beginnen?
Bekijk je duurste factuur. Meestal is dat voeding of energie. Als je daarop focust, ben je al voor de helft bezig met duurzaamheid zonder dat je er veel voor moet doen. En vooral: durf te springen. Als je niet voor de uitdaging wilt staan, ga je ook nooit echt veranderen.








